Praktijkleren biedt uitkomst als mbo-opleiding (nog) niet lukt


Een flinke groep Nederlanders lukt het niet om een mbo-diploma te halen, terwijl ze wél veel talent in huis hebben. Voor deze groep biedt een andere manier van leren uitkomst: het mbo-praktijkleren. Opleider GOC doet samen met drukkerij Zalsman uit Kampen een pilot.

Tijdens deze pilot laten werknemers op de werkvloer zien dat ze bepaalde werkprocessen op mbo-niveau 1, 2 of 3 beheersen. Dat levert ze een mbo-praktijkcertificaat op. GOC voegt daar nog wat extra’s aan toe: laagdrempelige theorie over onderwerpen die op de werkvloer van belang zijn, zoals arbo & veiligheid of kwaliteit.

Groot voordeel van het mbo-praktijkleren is dat deelnemers niet alle onderdelen van een mbo-opleiding hoeven te beheersen om tóch een certificaat te halen. Kan je bijvoorbeeld niet goed lezen of spreek je de Nederlandse taal niet? Dan struikel je in een reguliere opleiding waarschijnlijk over het vak Nederlands. Ook een vak als Rekenen kan een onoverkomelijke drempel zijn. “Het is ontzettend jammer dat je dan geen diploma kunt halen, terwijl je in de praktijk wel een zeer technische machine kunt bedienen”, zegt Annet Leeflang, onderwijskundig adviseur bij GOC.

Geen verplichte vakken en wettelijke urennorm

Bij mbo-praktijkleren zijn er geen verplichte vakken of onderwerpen die behandeld moeten worden. Ook geldt de wettelijke urennorm uit het reguliere mbo-onderwijs niet, omdat deze vorm van leren in de Derde Leerweg wordt aangeboden. In plaats daarvan mag GOC met een goede onderbouwing kortere opleidingen met minder uren aanbieden, die aansluiten bij wat medewerkers al kunnen en weten.

“Dat biedt echt uitkomst”, zegt Leeflang. “Het is een kans voor een grote groep jongeren en werkenden om alsnog aan te tonen wat ze in huis hebben en om te ontdekken waar ze zich nog in kunnen ontwikkelen. Ook geeft het een enorme boost aan hun zelfvertrouwen en eigenwaarde.”

Om op deze manier medewerkers te scholen, moet een instelling een erkenning van het ministerie van OCW hebben. GOC is sinds kort gecertificeerd. Dat maakt niet alleen de weg vrij voor maatwerktrajecten met praktijkleren zoals bij Zalsman. GOC mag nu ook in de Derde Leerweg opleidingen tot basismedewerker printmedia (niveau 2) en drukker of nabewerker (niveau 3) aanbieden.

Ander tempo, niveau op maat

In Kampen loopt een eerste pilot praktijkleren, in samenwerking met drukkerij Zalsman. In de kantine van het bedrijf luisteren drukker Johan, snijder Ehab en vouwer Kayn er naar een introductieles van trainer Hans de Zeeuw, die vertelt over een veilige werkplek. Wie weet wat dit bord betekent? Waarom is het belangrijk dat het rond je machine netjes is? Met deze en andere vragen laat hij de medewerkers op een laagdrempelige manier nadenken over arbo & veiligheid. Even later laten de drie medewerkers trots hun machines zien, waarbij Hans af en toe een paar vaktechnische vragen stelt om te kijken wat Ehab, Kane en Johan al kunnen en weten.

Na deze dag volgen nog een aantal dagen waarin vooral aan de machine geleerd wordt, aangevuld met een korte theorieles. “Deze manier van opleiden vraagt om een hele andere werkwijze en een ander tempo”, zegt Hans de Zeeuw. “Je stemt veel meer af op het niveau van de jongens. Het mooie is dat je bijvoorbeeld het ene onderdeel op niveau 1 kunt doen en het andere op niveau 3. Ook brengen we zo in kaart: wat zit er nog meer in, hoe kunnen deze jongens zich nog verder ontwikkelen?”

Kans voor de grafische branche

Dat sluit nauw aan bij de filosofie van Zalsman. Bij het familiebedrijf met vestigingen in Kampen, Zwolle en Heerenveen zit sociaal ondernemen in het dna. In het bedrijf bestaat al lange tijd een talentontdekroute. Mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt vinden bij Zalsman een veilige werkplek, waar ze werk op allerlei niveaus kunnen doen. Van het inpakken van dozen en klaarmaken van mailings tot drukken, vouwen en snijden van drukwerk.

“Ik ben zelf op mijn zestiende van school gegaan, omdat ik geen zin meer had om te leren. Gelukkig kreeg ik in de jaren daarna steeds kansen om mezelf te ontwikkelen. Dat motiveert mij om kansen door te geven aan anderen die meer talent hebben dan ze nu gebruiken”, vertelt Gerwin de Vries, directeur én jobcoach bij Zalsman. “Ik zie dat ook als een must in de grafische branche. Het is lastig om technisch personeel te vinden. Daarom moeten we als grafische bedrijven investeren in opleiding. We kunnen het ons simpelweg niet veroorloven om zoveel talent niet te benutten.”

Rendabel businessmodel

Het geven van kansen aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt is bij Zalsman ingebed in een rendabel businessmodel. Het werk van Ehab, Johan, Kane en de andere collega’s levert onderaan de streep geld op. Daarmee doet Zalsman iets bijzonders: het laat zien dat arbeidsmarktintegratie voor deze doelgroep ook in een commerciële omgeving kan plaatsvinden. Het bedrijf mocht zich daarom als eerste commerciële bedrijf in Nederland aansluiten bij Cedris, de Nederlandse brancheorganisatie voor sw-bedrijven.

“Ik geloof ook dat dit in elk grafisch bedrijf kan. Ook als het in jouw bedrijf bijvoorbeeld om snelheid en grote volumes draait”, zegt Gerwin de Vries. Dat is volgens hem een kwestie van goed naar je werkprocessen en werkzaamheden kijken. “Veel drukkers willen bijvoorbeeld graag zo snel en veel mogelijk produceren. Ze houden zelfs competities met andere ploegen. Er zijn ook altijd taken die ze niet leuk vinden en tijd kosten. Inktblikken opruimen, folie van pallets halen, treeplanken poetsen. Dat kun je iemand anders laten doen, die juist daar heel veel voldoening uit haalt. Jobcarving dus!”

Sterkere positie op de arbeidsmarkt

Een deel van de mensen die instromen in de talentontdekroute van Zalsman blijven bij het bedrijf hangen. Anderen stromen uit naar andere werkomgevingen of bedrijven. Juist daarbij is het praktijkcertificaat dat jongens als Kane, Johan en Ehab halen belangrijk. Zo’n certificaat versterkt de positie van mensen zonder startkwalificatie op de arbeidsmarkt. Overal in Nederland lopen nu pilots waarbij deze nieuwe vormen van praktijkleren vorm krijgt”, vertelt José Fikenscher van Ontwikkelpartner.

Als projectleider praktijkleren in de regio Zwolle helpt ze om alle relevante partijen op één lijn te krijgen. Van gemeenten tot UWV, van werkgevers tot het werkgeversservicepunt en van onderwijsinstellingen tot opleiders. Ook ondersteunt ze bij de subsidieaanvragen voor de pilots. De talentontdekroute en de nieuwe pilot praktijkleren kunnen daarbij als blauwdruk fungeren voor soortgelijke trajecten in andere bedrijven en samenwerkingen met andere onderwijsinstellingen.

De Vries is nu al enthousiast over de pilot. “Ik heb net even meegekeken bij de eerste les die Kayn, Johan en Ehab kregen. Voor deze jongens is het best spannend om te leren, maar je merkt dat ze zich snel op hun gemak voelden door de vragen die Hans stelt en de laagdrempelige manier waarop hij kennis overdraagt.” En Kayn, Johan en Ehab zelf? Die zijn stiekem best een beetje trots na hun eerste lesdag. Of zoals Kayn zelf zegt bij zijn vouwmachine. “Ik ga voor het eerst in mijn leven een diploma halen. Echt gaaf!”